Blog

Een op vier huisartsen ouder dan 65 jaar.

 

 

Wereldwijd is er een sterke link tussen een goede eerstelijnszorg en een daling van de sterfte in het algemeen en zeker voor hart- en vaatziekten, kanker (borst, darm en baarmoederhalskanker, melanomen) en kindersterfte . Deze daling is zichtbaar zowel in ontwikkelingslanden als in de geïndustrialiseerde landen. Een opvolging door de huisarts geeft een betere opvolging voor onder andere hartfalen en hypertensie (met minder hospitaalopnames).

Er is zelfs een formule voor: een huisarts meer per 10.000 inwoners geeft een daling van het aantal sterfgevallen van 3,5 op 10.000.

De huisarts besteed dan ook vele uren per dag aan preventie en begeleiding van chronische zieken.

Dit succes van de huisarts komt er niet alleen door medicatievoorschriften die duidelijk impact hebben op de gezondheid, maar ook door persoonlijke adviezen rond levensstijl te adviseren : denk maar aan rookstop , tempering alcoholgebruik, en adviezen rond meer bewegen en vermageren. Ook de persoonlijke band en het gesprek met de huisarts kan de patiënt helpen in zijn dagelijks functioneren.

Het is dan ook wat schrijnend te zien  hoe het aantal huisartsen daalt. Blijkbaar zal die trend zich verder doorzetten, als  nu al een op de vier huisartsen meer dan 65 jaar is. Werk aan de winkel dus voor onze beleidsmensen .

Link

Gelukkig nieuwjaar

Toasten op 2019

 

 

 

We  halen kracht en inspiratie  uit vele van onze patiënten. Mensen die ondanks ouderdom,  ziekte  en beperking  niet opgeven en blijven werken aan een draaglijk en respectvol bestaan  soms nog met   ambitie,  vaak met veel waardigheid en kracht, ook al lijkt het bijna tegen beter  in.

We toasten ook op alle gezondheidswerkers die er staan voor het groeiend aantal zorgafhankelijke mensen, veelal zonder veel toeters en bellen, vaak met moeite en veel inzet. De maatschappij heeft hen en hun empathie meer en meer nodig.

We hopen dat we de lat niet te hoog leggen ondanks het continu appel van de anderen we hopen dat er meer harmonie mag komen binnen in onszelf en met de mensen rond ons, ondanks alles…..

Gelukkig nieuwjaar.

 

 

 

 

 

Klachten bij de huisarts

Met welke klachten komen patiënten naar de huisarts . Dit werd in een studie onderzocht en hierbij werd gepeild naar de verschillen tussen twee landen in ontwikkeling (Zuid-Afrika en India) en twaalf rijkere landen.
Het blijkt dat mensen overal bij hun huisarts aankloppen met klachten en bijna niet voor een preventief onderzoek.
Ook is er een verschil in wat patiënten aangeven als reden voor hun komst en dat zijn dus meestal klachten en wat de artsen noteren (veel artsen noteren routine geneeskundige opvolging ,waar de patiënt klachten noteert.
De belangrijkste eerste drie klachten: luchtweginfectie , hypertensie en depressie en/of angst zijn in ontwikkelde landen voor 25 % verantwoordelijk voor een beroep op de huisarts.
Het meest opvallende verschil echter is het voorkomen in rijkere landen van depressie , burn-out , angst en lage rugpijn(in de top vier ) waar deze klachten in de landen van ontwikkeling blijkbaar bijna niet voorkomen.
Het artikel onthoudt zich van commentaren . Het zal wel zo zijn dat omgevingsfactoren een rol spelen in het ontstaan van deze klachten.
In de rijke landen had je vroeger de hysterie en tot midden in de jaren zeventig de neurose ( neurose als gevolg van een strenge verbodscultuur met vooral verboden verlangens en de gevolgen hiervan op het mentaal welzijn. )
Daarna ,vooral rond de eeuwwisseling, is de opmars van depressie en burn-out begonnen. De eisen die de maatschappij ons subtiel (via reclame en nu meer en meer via digitale kanalen) stelt maken wij ook tot ons levensmotto : we moeten kost wat kost gelukkig zijn, op reis kunnen, slagen en publiceren, een perfect lichaam hebben, vorderingen maken: kortom een cv. hebben waar we van alles kunnen toevoegen….. Zo komen we in concurrentie met anderen, zo worden we zelf verantwoordelijk voor ons eigen welzijn. Maar zo verliezen we ook de voeling met onszelf (roofbouw) en de anderen .
Het zit diep in onze maatschappij en in ons hoofd ingebakken: sociaal leven, rekenschap geven aan elkaar en gratuite inzet?  Neen dit is niet meer van deze tijd. Jongeren zitten vaak in hun digitale omgeving en ouderen zijn nog moeilijk te motiveren om samen te komen. We gaan wel zelf ons leven inkleuren zoals we dit willen.

Naar :Paul Verhaeghe

http://www.cfp.ca/content/cfp/64/11/832.full.pdf

 

Huisartsen

Huisartsen die in 1978 afstudeerden hebben een totaal andere geneeskunde gekend en waren dan ook totaal anders dan de huisartsen van vandaag. In 1978 was er plethora ( eigenlijk een teveel volgens de noden van de bevolking). Ieder dorpje had praktisch zijn huisarts, die dan bovendien nog soms veel moeite had om genoeg werk te vinden. Bovendien werd deze toen vooral mannelijke huisarts bijgestaan door een thuiswerkende echtgenote, die veel taken op zich nam : telefoon,administratie, psychologische steun voor patiënten, vaak ook af en toe een handje toesteken bij consultaties….Een manusje van alles dus.

 

Dit beeld van de huisarts is anno 2018 totaal veranderd. De solo huisarts verdwijnt : zijn echtgenoot of echtgenote gaat uit werken. De patiënt is mondiger geworden, ouder ook en is niet zomaar tevreden met een voorschriftje. De nieuwe arts-patiënt relatie vraagt meer tijd en overleg.
Het individualisme en de eenzaamheid zorgen nu voor meer stress en druk bij de patiënt. Hier komen ziekten van waar geen pasklare oplossingen voor bestaan.

Bovendien is de medische kennis met de digitalisering in een stroomversnelling geraakt en is er meer opzoekingswerk en navorming nodig. Quality time wordt belangrijk en het beroep mag niet ten koste gaan van zichzelf of het gezin. De nieuwe huisarts is ook meer en meer een vrouw Dit zorgt voor andere accenten: onder andere moeder zijn en terzelfdertijd zorgen dat je er bent voor de patiënt en dat je zonder schuldgevoelens naar je gezin kan kijken. De huisarts probeert dan ook in groep samen te werken en evenwichten op alle vlakken te zoeken. Dit vraagt van de patiënt ook een aanpassing en oudere patiënten en artsen kijken wat verwonderd en argwanend naar die andere situatie.

 

Vooruitgang?

Ons brein wordt  misschien wat te veel in beslag genomen door allerlei (buik-)gevoelens, verlangens, voorkeuren maar ook angsten,  indrukken dat het gras aan de overkant  groener is ……

We denken dat het geluk te vinden is door het najagen en opwekken van aangename sensaties en door de pijn te vermijden. Maar dit continu op de vlucht zijn om pijn te vermijden, dit onweerstaanbaar najagen van steeds anders en meer, maakt ons juist ongelukkig en rusteloos.
Wij zijn meer dan wat onze hersenen voor emoties produceren, we moeten eigenlijk leren  los van deze emoties te komen. Onszelf leren kennen, weten hoe we reageren en afstand nemen van wat we zo graag zouden willen, maakt ons minder kwetsbaar. ‘Ken jezelf ‘ was reeds een gekend gezegde in het antieke Griekenland.

Dit betekent wel dat onze basisnoden zoveel mogelijk moeten  vervuld worden: als we honger en dorst krijgen moeten we kunnen eten, als we behoefte hebben aan menselijk contact moet dit mogelijk zijn. Medische en sociale zorg moet beschikbaar zijn. Familie en vrienden waar we op kunnen terugvallen verhogen ons welzijn.

Het komt erop neer dat onze te hoge verwachtingen naar de toekomst toe ons kunnen teleurstellen en onze levenskwaliteit kunnen verminderen. Zelfs al hebben we nu reeds veel, het is ons verlangen naar meer dat ons telkens weer beetneemt.

Men beweert dat ons geluksgevoel in de hersenen biologisch op een constant niveau geprogrammeerd is en niet bepaald wordt door wat er allemaal rondom heen gebeurt . Zoals de thermostaat in onze huis staat ons geluksgevoel op een bepaald niveau, en dat niveau is l verschillend van persoon tot persoon .Sommigen zijn geboren met een opgewekte kijk op de wereld, anderen hebben eerder een sombere hersenbiochemie.  Bij iedereen kan het niveau van geluk, naargelang de omstandigheden wat variëren naargelang  blijde of ongelukkige gebeurtenissen rondom ons, maar onze thermostaat ons geluksniveau keert al vrij snel naar zijn gebruikelijke aangeboren toestand terug.

 

Naar Yuval Harari

 

 

Samenleving

Mensen die zich eenzaam voelen zijn niet alleen ongelukkiger, maar hebben ook een grotere kans op ziekte en vroegtijdig sterven. Het effect van eenzaamheid zou, voor zover meetbaar , overeenkomen met dat van zwaarlijvigheid of roken.

Contact hebben met anderen leert ons onze vooroordelen te ontdekken en bepaalde gewoontes in vraag te stellen en lijdt tot nieuwe inzichten. Dat is niet alleen zo wanneer we in onze kleine kring naar elkaar luisteren , maar het is ook een houding waardoor we in gesprek gaan met andere culturen. Het betekent een verrijking voor wie zich met vertrouwen maar ook kritisch openstelt voor mensen met andere waarden of levenswijzen.

Zelf voldoende nadenken en ons niet laten leiden door de gemakkelijkste oplossingen is een blijvende opgave . De samenleving kan evolueren naar een concurrentiemaatschappij, maar laat het duidelijk zijn dat samenwerking uiteindelijk meer rendeert.  We zijn trouwens op alle domeinen in ons leven in staat te kiezen tussen het model van ‘allen samen ‘of ‘alleen doen we het beter’. Het blijft dus wel altijd een spanningsveld.

Laat het duidelijk zijn dat hier ook een belangrijke  taak is weggelegd voor buurtwerking, feesten, stadsontwikkeling , en een maatschappij die inzet op het stimuleren van  sociale activiteiten.

 

Naar Caroline Pauwels : Verlichting als levenskunst.

Gezondheid en dure geneeskunde.

De Wereldgezondheidsorganisatie gezondheid omschrijft gezondheid als een fysisch, mentaal en sociaal welzijn in afwezigheid van ziekte of handicap.

Deze omschrijving van gezondheid ontstond na de tweede wereldoorlog en werkt eigenlijk heel medicaliserend (geneeskundige consumptie in de hand werkend) : alles moet behandeld worden (medicatie , ingrepen ….) om de afwezigheid van ziekte te bereiken.

Gezondheid kan ook anders gezien worden :
Het is het vermogen om je aan te passen en je eigen beslissingen door te voeren ondanks alle sociale en emotionele uitgagingen die het leven meebrengt.

Hier ligt de nadruk meer op de veerkracht en de mogelijkheid van de patiënt om zelf te bepalen wat belangrijk voor hem is. Hier wordt beroep gedaan op persoonlijke veerkracht.

In tegendeel met de visie van artsen vinden patiënten zingeving en sociale participatie wel belangrijk voor een gezond leven en dus niet alleen maar hun lichamelijke toestand.

Genezing komt er ook vlugger als er zingeving drijfveren en motivatie aanwezig zijns. Daarom is het belangrijk te weten wat mensen echt willen .Waar wordt je echt blij van ? Wat is je diepste motivatie? Eenmaal we dit weten, kunnen we daarin een kracht tot genezing vinden. Mensen die opstaan met een ideaal, zingeving en die zich meer in een groep opgenomen voelen kunnen tegenslagen beter aan, genezen vlugger.

Een geneeskunde die denkt dat er voor elke kwaal , elk slecht functioneren, elke pijn een medicament ,een techniek of een operatie bestaat is niet alleen onbetaalbaar, maar is ook vaak ontoereikend en laat de patiënt teveel aan zijn lot over. Denken we maar aan alle patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten.

Wat maakt het leven de moeite? Wat geeft het leven zin? Een vraag om even de schouders bij op te halen of om dan zonder veel overtuiging of argumenten te besluiten dat we goed bezig zijn, of waren .

Wat leren we uit de filosofie ? Heeft Levinas hier niet een goed antwoord gevonden ? De kleine goedheid . Deze goedheid doet een beroep op ons gevoel van ‘compagnon de route’, respect voor de medemens en zijn manier van aanpakken, ons welzijn wordt groter als we elkaar ten dienste staan. .

Het kleine goede doet geen beroep op spontane opwellingen maar op solidariteitsbegrip, onbaatzuchtigheid: opdat de mens geen slachtoffer meer zou zijn van de mens. Begrippen die ver weg staan van schraapzucht en woordenkramerij. Geen grootste projecten dus, maar kleine dingen, een beetje hulp, soms attenties die het verschil maken en die voor onszelf en voor de ander het bestaan draaglijker en mooier maken.

Dr Huber Machteld

Emmanuel Levinas

Genetisch bepaald?

Kinderen met Autisme kunnen genetisch minder sociaal aangelegd zijn . Het is ook mogelijk dat ze in hun jeugdjaren onvoldoende prikkels tot sociaal contact kregen en dat die genetica dus minder een rol speelt . Factoren die storend kunnen inwerken zijn bijvoorbeeld : vechtscheiding, gebrek aan spel, vreselijke  emoties  in de jeugdjaren, minder intens contact met ouders (Is er tijd om samen te eten met het gezin ?  Een verhaaltje voor het slapengaan ) ….

In feite zijn de gevolgen van al deze oorzaken  ( genetisch, jeugdjaren of beide ) dezelfde : de kinderen hebben het moeilijker om zich open te stellen voor hun sociale leefwereld.  Hun gedrag kan stereotiep zijn .Door het feit dat ze moeilijker in de groep liggen, bepaalde gedragingen niet kunnen duiden en in het contact met anderen minder vlot overkomen, worden ze nog meer geïsoleerd.

 

Wat ook de oorzaak mag zijn (genetisch of door omgeving bepaald, of beiden ) in de therapie komt het erop neer om het kind uit zijn comfort zone te krijgen, hem of haar uit zijn kleine wereldje te halen en te stimuleren en kansen te geven om zijn sociale vaardigheden te vergroten.

 

Een aandoening die epidemische proporties aanneemt is de ziekte van Alzheimer. Deze ziekte die dementie veroorzaakt en waarvan het meest opvallende kenmerk geheugenverlies is, maakt de verbindingen tussen de hersencellen (de neuronen) stuk. De verklaring van de toenemende incidentie is niet alleen de stijgende levensverwachting.

Natuurlijk zijn er hier ook duidelijk erg genetisch bepaalde vormen en men heeft al meerdere genen kunnen isoleren die dementie in de hand werken. Dit mag ons er niet toe beletten bij de pakken te blijven neerzitten .  Er zijn duidelijk factoren die de ziekte afremmen . Zo is een mediterraan dieet heilzaam. Hersenen die veel informatie hebben opgeslagen door studie en kennis, en dit vooral  in hun jeugd, beschikken over een uitgebreid neuronennetwerk en zijn beter bestand. Ook hebben lichamelijke en sociale activiteiten een duidelijk positieve impact op het verloop van de ziekte. Slaaptekort en stress zouden de ziekte ook bevorderen.

 

 

Depressief

Een gevoel van ongelukkig te zijn en niet meer mee te kunnen .Bij een echte depressie spreekt men van een periode van minstens 14 dagen, waarbij men duidelijk minder kan genieten en  concentreren op wat dagelijks gedaan moet worden.   Onze bestaan stelt ons teleur en is niet gevuld met rozengeur en maneschijn. Ons lichaam laat ons in de steek . Voor sommigen is er angst, eenzaamheid, ontgoocheling. Het aantal depressies is dan ook hoog . Troost kunnen we vinden in vele zaken van alcohol, suiker tot vriendschap en de kleine dingen des levens. (naar Bernard Dewulf) . Onze pijn is niet te stillen en ondanks al onze ervaring kunnen we geen troost vinden, niets rozig in grijze dagen, geen schuilplaats voor de regen.

Gelukkig is er onze verbeelding. Onze gedachten en gevoelens zwermen continu  weg van het hier en nu…..Stel dat er morgen een mirakel gebeurt, waarbij al de problemen verdwenen zijn . Wij zouden wakker worden zoals gewoonlijk onbewust van dit alles. Hoe, waaraan we merken dat dit mirakel gebeurd is, wat zou er anders zijn?  Onze omgeving zal de eerste tekens van verbetering zien : we gaan anders groeten, anders stappen, anders spreken . We zouden anders handelen….

Dit ‘anders’ moeten we bereiken, liefst in klein stapjes met een reële kans op slagen.  Geen grote stappen, die meer kans hebben te mislukken…..

 

bron : Probleem oplossende psychotherapie .

 

Naar het Brugs model

Attesten en voorschriften

Vlug een voorschrift halen,  een attest voor de verpleging,  een verwijsbrief,  hernieuwing kiné,  formulieren,  hernieuwingen van attesten ….

Het secretariaat krijgt in de praktijk dagelijks een overvloed van telefoons en zelfs mails met dergelijke vragen. Dat al dit telefoonverkeer de normale werking kan verstoren is duidelijk.

Kafka blijkt in ons gedigitaliseerd tijdperk meer dan ooit actueel. Het toppunt van dergelijke regelgeving is misschien het maken van een attest waarbij de arts bevestigt dat patiënt nog in leven is.

Voor de artsenpraktijk is dit een netelige situatie. Als niet op de vraag van patiënt ingegaan wordt, kan men de arts algauw als commercieel aanzien. In zijn beperkte tijd vindt de patiënt het nutteloos om hiervoor een consult bij de arts aan te vragen.

Kan men zich misschien anderzijds afvragen of een bezoek aan de dokter in verband met een vraag naar voorschrift/attest  geen meerwaarde kan vormen?
Misschien heb je als patiënt toch wel enkele hulpvragen of onduidelijkheden? Er kan ook wat aan de arts-patiënt relatie verbeterd worden…. Hoe doe je het als patiënt. Hoe speel je het klaar elke dag ? Zijn er nieuwe elementen in je leven ?  Heb je zelf oplossingen gevonden?  Zijn er nog nieuwe tips vanuit onze hoek als therapeut?   Wat zijn de nieuwe wetenschappelijke inzichten?

Dan toch een consultatie ?