Blog

Vraag het aan uw dokter.

Het klinkt wellicht als een reclamespot en dat is het ook, al is het maar gedeeltelijk. Ons welzijn of laten we zeggen gezondheid worden meer en meer gemedicaliseerd. Voor je gezondheid moet je alléén zorgen, je aanpassen en de regie over je leven voeren. Als dit niet lukt is er de verzorgingssector…. toch?

Er is veel concurrentie, eenzaamheid, ambitie, en drang naar perfectie in onze huidige maatschappij aanwezig. Men moet het maken in het leven carrière dus, én een bruisend sociaal leven hebben, én op spannende vakanties gaan, en er goed uitzien, én sportief zijn. Onze verwachtingen zijn onrealistisch geworden. We bereiken die perfectie uiteraard niet en het maakt ons onzeker en tast ons zelfbeeld aan. Er zijn levensfasen waar de maatschappelijke druk erg hoog is : kinderen die zich de ganse dag moeten concentreren en stil zitten. Vraag het aan de dokter…. het zal zeker ADHD zijn?

Onzekerheid bij jongeren : meer vrijheid, maar ook onzekerheid hoe het nu echt moet. Keuzes maken voor de toekomst zonder dat de gepaste maatschappelijke omkadering en begeleiding er is. Is dit wel voor mij de goede job? Doe ik wel waar ik goed in ben? Sommigen willen alles goed doen, iedereen tevreden stellen . Keuzestress en somberheid en apathie kijken om de hoek. Vraag het maar aan de arts : een depressie zeker ?
Verminderde vruchtbaarheid van koppels. De anticonceptie, de zelfontplooiing die in het gedrang komt door de keuze om vroeg voor kinderen te gaan. Relaties die langer flexibel blijven en niet onmiddellijk vastliggen. Ambities in studie en werk. Financiële problemen. Dit alles zorgt ervoor dat kinderen  later besteld worden met alle gevolgen vandien: subfertiliteit en zwangerschapscomplicaties. Vraag het maar aan de medische wereld die niet vroeg genoeg kan beginnen met vruchtbaarheidsbehandelingen .

Overbelasting in het spitsuur van het leven tussen 31 en 41 jaar ongeveer. De opvoeding van de kinderen, een drukke baan, druk sociaal leven, carrièrestappen, zorgen voor de ouder wordende ouders…….Dit alles leidt tot stress en burn-out en naar de dokter dus maar.

 

Het ouder wordende lichaam functioneert minder goed : fysiek, inkrimping van sociaal weefsel, sociale kwetsbaarheid.  Leren omgaan met functievermindering en veranderde sociale situatie ?  Neen dus, naar de arts ermee: dit moet toch min of meer ‘genezen’ of toch behandeld worden . Sarcopenie ,osteoporose , milde cognitieve achteruitgang…..

Het spreekt vanzelf dat er bepaalde aandoeningen in onze maatschappij te frequent voorkomen en dat er onderliggend iets verkeerd loopt in die maatschappij : valse verwachtingen worden gecreëerd , onze manier van werken en samenleven bevordert ongezonde reflexen als werkdruk, carrièreboost, afgunst, sociaal isolement en vervreemding van onze roots. Vraag het aan de dokter de expert die alles beter zou moeten weten?

Voor veel problemen is er gewoonweg geen expert nodig maar concrete en warme steun en gezond boerenverstand. Bovendien kan je veel meer hebben aan een gesprek met iemand uit je buurt of stad. Ook kun je als vrienden veel meer bereiken dan die povere ‘arts’.

Recept voor maatschappelijk probleem

 

 

 

 

 

 

 

Levensstijl veranderen

Gezondheid is de kracht hebben om zich aan te passen en de sturing over zijn manier van leven zelf in handen te nemen, ook al zijn er elke dag zoveel lichamelijke emotionele en sociale uitdagingen. Dit betekent dat men de minder efficiënte oplossingen die men heeft aangeleerd om problemen op te lossen in vraag kan stellen en in staat is om die te veranderen.

Iemand die in staat is zelf de regie van zijn leven in handen te nemen hoeft van zijn arts alleen adviezen en voorlichting te krijgen over gezonde levensstijl.

Veel mensen zijn daar  echter niet  toe in staat. Integendeel ze voelen zich gefrustreerd door alle medische regelgeving en zijn het beu om telkens te horen dat hun gewicht, bloeddruk, levensstijl anders moet. Ze haken op deze punten af en willen er ook liefst niet veel meer over horen .

 

Deze groep patiënten zijn ook, een probleem voor de zorgverstrekker. Patiënt en arts moeten hier eerst een goede relatie weten op te bouwen. Ze moeten op dezelfde golflengte zitten. De zorgverlener moet een soort insider worden in de problematiek van zijn patiënt; hij moet goed luisteren: hoe beleeft de patiënt zijn gezondheid, wat zijn zijn wensen en voorkeuren, waar haalt hij zijn sociale steun, hoe is zijn financiële situatie ? Dit alles betekent eigenlijk zicht hebben over de sociale context van de patiënt Met deze instelling kunnen arts en patiënt elkaar beter begrijpen en aanvoelen. Zo kunnen ze voor elkaar in de bres springen en beter weerstaan aan uitdagingen. Ze smeden met andere woorden een soort complot om er uiteindelijk beter van te worden en zich te wapenen tegen dagdagelijkse hindernissen.

Bron : zorgethiek.nu

 

 

Op dieet

Na de winter is er steeds meer vraag om af te slanken . Men komt meer buiten, wil een goed figuur hebben en wat gaan doen aan de fysiek.

Natuurlijk is de grootste winst, zeker bij een BMI boven de 25 en nog meer boven de 30 de gezondheidswinst. Studies tonen bijvoorbeeld aan dat bij  een andere levensstijl en vermageren er 27 % minder diabetes patiënten zijn.

Algemeen kunnen we stellen dat je met commerciële initiatieven zoals klassiek dieet, medicatie, weightwatchers gewoonlijk de eerste 6 maanden 20 tot 25 % kan vermageren (zeker met eiwitdiëten). In de 4 à 5 jaar na die daling begint het gewicht gewoonlijk te stijgen om uiteindelijk op een winst van 5 à 6 % uit te komen. De meerwaarde van teambegeleiding bij het vermageren ligt er vooral in dat er ook begeleiding is door een psycholoog. Mensen met een aan zwaarlijvigheid geassocieerde aandoening (hart en vaatziekte, diabetes,….. worden best eerst eens nagezien worden door een specialist (endocrinoloog , cardioloog,……)alvorens hun levensstijl grondig te veranderen.

De behandeling gebeurt op drie vlakken en behandeling in groep heeft dus duidelijke voordelen (meer uitwisseling van ervaringen , meer motivatie , betere resultaten…..)

1/ dieet

Het is de bedoeling dat de patiënt 500 kcal. per dag minder eet. Dit komt overeen met een gewichtsdaling van 1 kg per 14 dagen of 5 à 10 % in 6 maanden. Let wel het gewicht daalt aanvankelijk vlug, maar dan wordt de stofwisseling wat lager en gaat het trager om af te vallen. Beweging is hier belangrijk om het metabolisme op peil te houden. Er zijn apps en sites waar je uitgebreide calorietabellen kan vinden .Link
Algemeen is het zo dat onze porties voeding in de laatste vijftig jaar  veel groter zijn geworden. Soms tot vijf keer meer calorieën per verpakking. Granen, groeten en fruit moeten de basis vormen van de voeding  en er is de laatste jaren frequent suiker aan onze voeding toegevoegd alsook smaakmakers en bewaarmiddelen.  Natuurlijk voedsel eten in natuurlijke hoeveelheden (je moet het nog in de kuip van je twee handen kunnen houden) lijkt een eenvoudige maatregel.

2/ Psychologische begeleiding

Bij de zwaarlijvige patiënten zou er 41 % meer angst en 21 % meer depressie zijn. Bovendien zijn er emotionele eters : dit zijn mensen die bij stress meer gaan eten. De psycholoog heeft de taak om de focus bij het vermageren niet te veel op het dieet alleen te leggen. Het gewicht is geen doel op zichzelf, wel de gezondheidsbevordering. Ook is het werken aan een andere levensstijl, niet voor even, maar voor de rest van het leven. Samen met de patiënt wordt gezocht wat er in de levensstijl kan veranderd worden en welke denkfouten er zijn. Er worden ook technieken aangeleerd om anders over zichzelf te denken en informatie op te zoeken en zo de competentie van de patiënt te verhogen.

Belangrijk is ook om te leren leven met gevoelens zoals honger, goesting naar.. drang naar…..

De omgeving moet worden aangepast zodat er minder calorieën worden opgenomen vb: kleinere borden, minder alcohol in huis……Diëten doe je ook nooit alleen , best ook samen met de omgeving.

Een dagboek waarin de voedselopname wordt genoteerd en waar ook de gewone bezigheden genoteerd worden zijn een goed hulpmiddel voor de psycholoog om op fouten en mogelijke oplossingen te wijzen.

Ongezonde gewoontes moeten eruit en de patiënt heeft zelf het stuur in handen : Als er een aanleiding is om zijn oude routine te veranderen en er nieuwe in te voeren (vb: sportschoenen aantrekken ) dan zal de patiënt zijn beloning bereiken (vb goed gevoel bij het tafelen….) en zo zijn gedrag stilaan veranderen.

3/ Kine

Door beweging krijg je niet alleen minder diabetes en hart en vaatziekten, maar is er ook minder angst en depressie. Kine thuis begint al met wandelen en zwemmen.

De norm is 30 % matig intensief bewegen per dag (eventueel in blokken van 10 minuten ). Matig intensief betekent een inspanning van 4 à 6 op 10 (waarbij 0 op 10 helemaal geen beweging is en 10/10 een bijna niet vol te houden inspanning betekent).

Beweging kunnen we meer beschouwen als uithoudingstraining. Daarnaast bestaat ook krachtstraining . Ook hier wordt een submaximale kracht gegeven van ongeveer 7/10 van het sterkste.

Hierbij vermindert het vetgehalte en verhoogt de spiermassa. De effecten op diabetes en op storingen in het metabolisme zijn met deze vorm van training duidelijker dan met uithoudingsoefeningen.

De vereiste om dit vol te houden is dat het bewegen, deze zorg voor het lichaam plezant moeten blijven.

Bron : K.U.L

Nog meer tips vanuit N.I.C.E 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beweging op maat

Bewegen wordt meer en meer als een belangrijk onderdeel (het wondermiddel ?) gezien van een gezonde levensstijl.

Minder hart-en vaatziekten, minder suikerziekte, een beetje minder kanker.

Voedingsadviezen verliezen evdentie : vitamines en omega drie vetzuren hebben geen bewezen effect. Groenten en fruit leveren belangrijke voedingsstoffen, maar voorkomen geen kanker. Alcohol heeft geen voordelen meer……

De industrie biedt nog teveel suikers en te grote porties aan en lightproducten zijn niet de oplossing om te vermageren. Van bewegen alleen verlies  je trouwens ook geen gewicht. Het dient veeleer om dit stabiel te houden. Hier in onze regio Menen heeft Vigez een gezondheidscoach aangesteld en is er een project lopende beweging op maat .

Menen pakt uit met 2 beweegcoaches : Tessa De Schipper (De maandag 17 tot 19 h in Allegro Volkslaan 302 Menen en Vrijdag  16- 18  h ’t Badhuis Sluizenkaai 78 Menen ). Ook Sarah Vandaele  Dinsdag van 10 tot 12 h dorphuis Plaats 30 Rekkem.

 

Individuele begeleiding (per kwartier) Groepsbegeleiding (per kwartier)
Normaal tarief 5 euro 1 euro
Verhoogde tegemoetkoming 1 euro 0,5 euro

 

Het moeilijke van dergelijke initiatieven is steeds dat je de verkeerde mensen bereikt : degenen die kritisch rond hun gezondheid nadenken zijn te mobiliseren. Velen die in aanmerking komen hebben geen besef van hoe het zou moeten  en voelen geen behoefte om iets aan hun levenspatroon te veranderen. Ligt hier een functie weggelegd voor het onderwijs en de scholen?

Bewegen brengt ons ook bij een ander onderwerp : motivatie . Zoals vele belangrijke boodschappen betekent meer bewegen een andere levensstijl. Vergelijken we het maar met rookstop of vermageren. Dit is duidelijk werk voor de bewegingscoaches.

Motivatie is een moeilijk te meten ingesteldheid, die veelbepalend is voor het voltooien van zoveel levensprojecten.
Studenten slagen meer en beter bij hogere motivatie en inzet……

Hierbij een TED talk rond motivatie . Het filmpje is Engelstalig maar je kan er ondertiteling in een andere taal via de instellingen verkrijgen

 

 

 

 

Milieu en gezondheid

Meestal denkt men er niet aan dat de milieuomstandigheden binnenshuis  de grootste bron van verontreiniging zijn. Denk maar aan roken, huisdieren, ongedierte, schimmelgroei, gas en andere verbranding en reinigings-en onderhoudsproducten. Houtverbranding is zeker niet milieuvriendelijk en er zijn specifieke maatregelen bij het barbecuen .

Toxische stoffen zijn ook aanwezig op het werk (industrie, land- en tuinbouw, moderne technologie en in de dienstensector).

In het buitenmilieu zijn de concentraties van vervuilende stoffen meestal veel lager dan binnen, maar de blootstelling treft een groter deel van de bevolking inclusief kinderen. Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is de uitstoot van polluenten sterk gedaald onder andere door inspanningen van de overheid. Ook zou met de gematigde winters de uitstoot door verwarming, die typisch in de winter piekt, verminderen.

De stedelijke verontreiniging blijft overal in Vlaanderen toch een probleem (industrie, verkeer). Pieken van luchtverontreiniging  door fijn stof (PM10) komen vooral voor in de zomer en zijn in verband gebracht met een duidelijke maar eerder kleine meersterfte. Fijn stof zou niet alleen ademhalingsklachten, maar ook hart en vaatziekten kunnen verergeren.

Via deze link van de Vlaamse Milieumaatschappij  kunt u de evolutie van de luchtkwaliteit in eigen streek volgen. Ook is het mogelijk verschillende indicatoren per gemeente op te vragen. Link . Vergeet niet de gegevens te bekijken op kaart.

Ook voor dioxines kunnen ons via de lucht maar ook via voeding bereiken.
Meer hierover.

Een grote Europese nauwgezette studie bevestigt dat in de drukke steden (veel verkeer en industrie)  de kans op longkanker (vooral een type kanker het adenocarcinoom) stijgt met 18 à 22 %. Volg de link  naar de studie, maar probeer eerst je kennis van statistiek wat op te frissen. Bemerk ook dat er geen minimumwaarde voor vervuiling is waarbij geen risico op longkanker bestaat. Er lijkt een lineair verband te bestaan: dit betekent dat er vanaf de minste vervuiling meer kans op ziekte  is en  dat de kans  evenredig stijgt met de concentratie fijn stof.
Om alles wat in juist perspectief te zetten is het zo dan een niet roker ongeveer 90% minder kans heeft op het ontwikkelen van longkanker dan een roker…..

Naast kanker komen andere aandoeningen frequenter voor in de omgeving van fijn stof: astma, slagaderverkalking, hartfalen, hartritmestoornissen, aandoeningen van de kleine bloedvaten van het oog, diabetes, laag geboortegewicht bij kinderen en prematuriteit. De grootte van de partikels die vervuilen blijkt doorslaggevend. Vooral deeltjes kleiner dan 2 à 5 micron hebben de meeste negatieve weerslag. In een stedelijke omgeving is verbranding met vooral het autoverkeer de belangrijkste oorzaak. In 2007 verscheen een artikel van professor William Gauderman waarin hij 3600 kinderen volgde gedurende 10 jaar .De kinderen, die allemaal bij een snelweg woonden in California, werden jaarlijks opgevolgd met meting van hun longfunctie. De besluiten waren duidelijk : bij kinderen die op minder dan 500 meter van de snelweg woonden groeiden de longen  minder goed dan bij kinderen die op meer dan 1500 meter van de snelweg woonden. De schadelijke effecten verdwenen dus als je verder dan 15OO meter van de autostrade woonde.
Zie het artikel op Gezondheid.be .

Het is wel zo dat de kans op ziekte duidelijk, maar niet uitgesproken verhoogd is. We moeten er duidelijk een punt van maken om de schadelijke invloed van het milieu op onze gezondheid te beperken.
Een reden te meer om alternatieven te zoeken en maatregelen te nemen tegen dieselvervuiling, passief roken, ongezonde voeding, het overmatig misbruik van verpakkingen  waarbij zeker plastiek…….

Als je met de huidige industriële (dus geen gezondheidsnormen) normen het voedsel van de jaren zestig zou onderzoeken,  zou zestig à tachtig procent uit de rekken moeten gehaald worden wegens norm-overschrijdend. Ook dient gesteld dat door welvaart de mens nog nooit zolang leefde  en dat verkeersongevallen en zelfdoding een grotere bedreiging vormen voor onze maatschappij.
(Luc Bonneux)

De problematiek is naar aanleiding van de verkeerssituatie in Antwerpen  sterk bestudeerd geweest.
Link

Mijn kind heeft koorts

Al geruime tijd is men op zoek naar een duidelijke beslissingsboom , die ouders met een ziek kind een duidelijke boodschap geeft : mogen we met ons kind rustig afwachten of is het toch beter een arts te raadplegen. Hier volgt een synthese van wat het ICHO voorstelt:

Waar moet ik vooral bij mijn kind observeren ?
Minder spelen.  Minder eten.  Slecht drinken.
Minder slapen ’s nachts
Minder plaspampers
Anders ademen Vaak overgeven Meer wenen als normaal
Huiduitslag

Wanneer moet ik dringend mijn dokter raadplegen?
-Is uw kind jonger dan 6 maanden, is het altijd aangewezen om uw dokter te raadplegen.
– mijn kind heeft meer dan 40° koorts
– mijn kind is anders ziek als anders
– mijn kind lijkt echt ernstig ziek
– mijn kind weent anders of zonder …
– mijn kind is suf
– mijn kind kreunt
– mijn kind is ontroostbaar
– mijn kind ademt zeer snel
– mijn kind vertoont koortsstuipen
– mijn kind is moeilijk wakker te krijgen
– mijn kind heeft veel diarree en braakt
– mijn kind heeft veel minder plaspampers
– mijn kind lijkt grauw of heeft blauwe …
– na lichtjes te drukken op de hiel  duurt het meer dan 2 sec voor de huid terug rood wordt
– mijn kind vertoont een huiduitslag die niet verdwijnt na erop te drukken met een glas.

Wat kan ik doen bij koorts?

  • Meet de koorts best in de aars en voor het geven van een koortswerend middel
  • Geef koortswerende middelen indien uw kind zichtbaar last heeft van de koorts
  • Welke medicatie? U hebt de keuze tussen: – paracetamol (vb. perdolan suppo/siroop, dafalgan suppo/siroop) – ibuprofen (vb. nurofen siroop) Hoe vaak en hoeveel hangt af van het gewicht van uw kindje. Kijk hiervoor altijd de bijsluiter na of vraag raad aan uw apotheker.
  • Zorg voor voldoende verkoeling (dunne kledij, koude dranken, koele ruimte) want uw kind moet de lichaamswarmte kwijt kunnen
  • Zorg voor een vertrouwde omgeving
  • Stimuleer uw kind om veel te drinken, want door het zweten verliest het veel vocht. Zeker als uw kindje ibuprofen krijgt, moet het extra veel drinken.

Is Koorts gevaarlijk?

Meestal is koorts onschuldig. Koorts is een normale reactie van het lichaam, omdat het virussen en bacteriën zo beter kan bestrijden. Toch is het belangrijk dat u enkele zaken in de gaten houdt .

Medische richtlijnen

In de medische wereld veranderen de inzichten continu. Er worden dan ook vooral voor de arts maar ook voor de patiënt richtlijnen opgesteld.

Praktijkrichtlijnen zijn aanbevelingen waarrond in de medische literatuur min of meer eensgezindheid bestaat? Ze bieden de meest nauwkeurige en praktische informatie rond een medisch onderwerp .
De richtlijnen zelf zeker voor ongeveer een derde gebaseerd op dubbelblind onderzoeken. Dit zijn onderzoeken waarbij een groep gelijkaardige patiënten ofwel een placebo krijgt ofwel het medicament/ behandeling . Hierbij weet noch de behandelend arts noch de patiënt wat hij nu krijgt of het actief middel of het placebo. Patiënten die aan zo’n dubbelblind onderzoek meedoen moeten uiteraard ingelicht worden.

Nog even iets over het placebo-effect . Tijdens de tweede wereldoorlog ondervonden  gekwetste soldaten het heilzame effect van morfine bij verwondingen. Wanneer er geen morfine meer voorhanden was durfde een arts (Henry Beecher) het aan om gewoon zoutwater in te spuiten onder het voorwendsel dat hij morfine gaf. De dokter constateerde een onmiddellijk pijnstillend effect van dit nep-spuitje en publiceerde na de oorlog zijn bevindingen : het placebo-effect .

Ondertussen is het zo dat een medicament zuiver een placebo werking kan hebben : dat wil zeggen dat de werking zuiver op illusie en suggestie kan berusteb. Placebo’s kunnen in de geneeskunde gebruikt worden, maar eigenlijk is dit de patiënt een beetje om de tuin leiden…
Natuurlijk is het wel zo dat iedere behandeling met een medicament een placebo (een soort illusie geven van verbetering ) werking kan hebben. Daarom moet in studies bewezen worden dat het medicament statistisch beter is dan het placebo. Anders wordt dit medicament of deze behandeling niet geregistreerd of wetenschappelijk aanvaard.

 

Als je weet dat richtlijnen slechts voor een derde bestaan uit dubbelblind onderzoek, begrijp je ook dat ze  daardoor  alleen  al voor verbetering vatbaar zijn. Dus richtlijnen zijn op duidelijke evidente feiten gebaseerd en een hulp voor arts en patiënt. De arts kan tijden de consultatie met de patiënt  zijn standpunt meegeven , en de richtlijnen raadplegen en rekening houden met de wensen en kennis van de patiënt.
Door het elektronisch medisch dossier wordt het raadplegen van richtlijnen voor hem nu veel gemakkelijker gemaakt. Wees dus niet verwonderd wanneer de arts tijdens een consultatie de computer en de beschikbare medische evdentie raadpleegt: hij gaat echt niet ten rade bij Dr. Google.

 

 

 

Keuzehulp bij ziekte.

 

Keuzehulp

In de V.S ontstond in 2005 de beweging ‘Choose Wisely’: maak een verstandige keuze. Ze gingen er vanuit dat de gezondheidskosten in de VS 20 keer zo hoog waren als in vergelijkbare landen. Sommige rapporten besloten dat andere landen zelfs betere gezondheidszorg hadden met geringere financiële middelen.

Een van de oorzaken van verspilling bleek het gebrek aan communicatie te zijn tussen arts en patiënt. Dokters werken onder druk, hebben geen tijd om met de patiënt te overleggen en alle  beschikbare  informatie te bespreken.
Zowel artsen als patiënten kiezen soms voor duurdere oplossingen zonder de goedkopere en goed bestudeerde alternatieven te weerhouden.

Ook bij ons bestaan meer en meer keuzehulpen die je kan raadplegen, zodat je, goed geïnformeerd, een gesprek met je arts kan starten. Er is de  keuzehulp rond prostaatkanker.

In Nederland zijn er zeker reeds verschillende keuzehulpen ontwikkeld . Je kan een kijkje nemen op de website van  https://www.keuzehulp.info/. De bedoeling is dat deze informatie die volgens strikte wetenschappelijke criteria werd opgesteld als materiaal dient om met de arts een gezamenlijk beleid uit te stippelen.

Er is ook een keuzehulp ontwikkeld om mee te helpen beslissen of de hulp van een arts nodig is bij medisch probleem. Eens proberen?
http://app.moetiknaardedokter.nl/leden/standalone

In de Engelstalige literatuur is er natuurlijk meer te vinden :
http://www.choosingwisely.org/patient-resources/

Pijn en problemen : een poging tot aanpak

 

Fysische en psychische pijn
Een meettoestel om de pijn de meten zal wel nooit bestaan. Het pijngevoel wordt immers door veel factoren beïnvloed en zeker bij chronische pijn is de juiste oorzaak vaak moeilijk te achterhalen. Wat zijn de verschillende factoren die de pijnsensatie beïnvloeden?

1/Vooreerst is de pijndrempel nu eenmaal van persoon tot persoon verschillend. Van nature uit kan je gevoeliger zijn. Ook kunnen bepaalde ervaringen uit het verleden je pijndrempel beïnvloeden. Als je bijvoorbeeld als kind een pijnlijke behandeling onderging bij de tandarts, kan dit bij ieder volgend tandartsbezoek je pijngevoeligheid doen toenemen. Weet dat er een soort pijngeheugen bestaat en als je reeds vaak pijn had, dit je pijngrens verlaagt.
2/ Andere belangrijke factoren zijn je algemeen welbevinden: bij stress, onaangenaam werk of een lastige leefomgeving wordt die pijn precies erger. Ook isolement, een tekort aan steunfiguren (mensen waar je kan op rekenen), depressie of depressief gevoel en angst (soms angst voor een erge ziekte of voor slecht nieuws)  kunnen de pijn verergeren. Wanneer er een financiële compensatie bestaat voor de pijn zal dit ook je pijn, soms onbewust, doen toenemen.

Adviezen :
Het is dan ook belangrijk niet te veel te piekeren over pijn, niet te veel te denken aan alle negatieve scenario’s of gevolgen die op je zouden kunnen af komen. Probeer je pijn een juiste plaats te geven, de gepaste hulp en pijnverlichting te zoeken en via allerlei technieken (zie verder) je levenskwaliteit toch optimaal te houden. Het gevoel van hulpeloosheid verergert gewoon je klachten. (Catastroferen)

Concreet
Pijn moet op tijd behandeld worden. Als pijn te lang duurt en de behandeling te lang wordt uitgesteld bestaat de kans dat de pijn een groot deel van je leven gaat beheersen en dat ze chronisch wordt (window of opportunity)

Pijn tast je zelfbeeld aan en zorgt ervoor dat je zelfvertrouwen daalt : je hebt het gevoel alsof je een uitgeputte batterij bent. Zoek daarom lichte aangepaste activiteiten en hobby’s die je zelfvertrouwen aandikken, maar put je niet verder uit. Relaxatie kan ook zijn plaats hebben

Werkverlet mag niet te lang duren. Want als je lang uit het sociaal weefsel wegblijft, wordt het moeilijker om je welbevinden terug te winnen. Als vrienden, hobby’s en werk wegvallen is er meer kans dat de pijn toeneemt.

Actief en rustig blijven en niet te veel hooi op de vork nemen. Samen met hulpverleners of vrienden of zelf rond een probleem wat informatie opzoeken om tot een oplossing te komen voor je problemen helpt zeker ook de pijn te verlichten.

Ondertussen heb je wel begrepen dat pijn je volledig onderuit kan halen (een vicieuze cirkel : pijn —minder actief worden—–minder conditie en zelfvertrouwen ———-meer pijn ——-enzovoort…..

 

Quizz vraag misschien (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
Als mensen op vakantie gaan naar Spanje hebben ze minder pijn . Dit komt door
1/ het goede klimaat in Spanje met droge lucht en veel zon?
2/ het op reis zijn en op relaxe manier je dagen kunnen doorbrengen?
3/ de afwisseling , de uitdaging van deze streek, met zijn  natuur, cultuur en volk ?

 

Hier nog een link naar en interview met dr. Bart Morlion, pijnexpert van het UZ Leuven. 

 

 

 

 

 

 

 

Griepepidemie

Zoals tijdens bijna elke winter is er terug een griepepidemie.

De symptomen van griep zijn een vrij plots begin van koorts, hoesten samen met algemeen onwelzijn en braakneigingen. Tijdens deze winterperiode van het jaar is de kans op griep zeer groot bij dergelijke klachten.Momenteel zitten we terug in zo’n epidemie
Bij gezonde personen is griep meestal een kortdurende luchtweginfectie van ongeveer een week die uit zichzelf geneest.
Men is ongeveer 5 dagen besmettelijk als men ziek wordt en kinderen tot 5 jaar hebben de grootste kans om de ziekte te krijgen.

Vaccinatie
Men ziet dat na vaccinatie er een stijging is van antistoffen na 10 dagen en een bescherming na 14 dagen . Voor mensen met verminderde weerstand is het vaccin aan te bevelen. Dit geldt zeker ook voor mensen die chemotherapie krijgen of medicatie die de weerstand vermindert zoals sommige reuma medicatie. Ook mensen die in de gezondheidssector werken kunnen door een vaccin de virusoverdracht naar anderen beperken.
Bij ouderen is er na vaccinatie een duidelijke afname van ziekenhuisopname (27% a 45%) , pneumonie (46%) hartaandoeningen (24 %) en vermindering van sterfte van 47 %.
Voor deze winter 2018/19 zou het vaccin heel wat minder doeltreffend zijn.

Neem contact op met de huisarts als:

Je een gevoel hebt van kortademigheid
je bloederige fluimen ophoest
De koorts langer duurt dan 5 dagen
er een temperatuurstijging is na een koortsvrij interval van één of enkele dagen
er verwardheid of sufheid optreedt bij oudere patiënten